
Het maken van waterstofsensoren vereist veel precisie. De sensormembranen moeten perfect stabiel zijn, waardoor de thermische controle ook perfect moet werken. We bouwen onze verwarmers zodat ze aan deze hoge eisen voldoen. Maar eerlijk gezegd: het opwekken van hitte is het gemakkelijkste deel.
Het echte probleem is de elektrische isolatie. Eén klein gaatje in de isolatie of een barstje in het kwarts kan al voldoende zijn om de hele sensorenarray uit te schakelen. Het is een ramp die op het punt staat te gebeuren.
Daarom doen we geen ‘proefverificaties’. We testen niet alleen een paar exemplaren en hopen op het beste resultaat. Elke sensor die onze fabriek verlaat, gaat eerst door een volledige spanningstest en isolatietest. We gebruiken hoge spanningen om te controleren of de isolatie echt standhoudt onder druk.
Als er stroom lekt, kan de sensor niet meer worden gebruikt. Punt uit. Wanneer je met gevoelige waterstofcomponenten werkt, kun je het je niet veroorloven dat er een storing optreedt.
Ook nog iets: deze verwarmers werken meestal bij hoge vermogensdichtheden, zodat ze snel de gewenste temperatuur kunnen bereiken. Maar dit creëert wel problemen. De hitte zorgt voor veel stress op de elektroden. Als de afdichting niet perfect is, kan zuurstof binnendringen en zal de gloeidraad binnen enkele uren kapotgaan. We gebruiken speciale glas-metalen afdichtingen om dit te voorkomen.
Zodra je de apparaten met elkaar verbindt, moet je ervoor zorgen dat de aarding goed is. Zelfs na alle tests kan een slechte aarding nog steeds ruis in het signaal van de sensor veroorzaken. Controleer ook of de stroomvoorziening overeenkomt met de impedantie van de verwarmers. Anders riskeer je dat de temperatuur te hoog wordt.
Uiteindelijk hechten we veel waarde aan de kwaliteitsc controles, zodat je geen defecte producten krijgt. Je krijgt dus een verwarmder die zelfs na duizend keer opwarmen en afkoelen nog steeds goed geïsoleerd blijft. Dit zorgt er namelijk voor dat je apparaten veilig blijven.